Interviews met leden en meer

Beste leden,

Deze maand verschijnen meerdere interviews kort achter elkaar. Dat heeft een reden die tijdens de algemene ledenvergadering op 2 mei duidelijk zullen worden.

Dit keer interview ik het echtpaar Henriette (70) en Peter van Montfort (74) bij hen thuis tijdens de lunch. Warme broodjes met allerhande lekkers erbij. Ik eet graag bij de Montforts. De sfeer is zeer gastvrij en je komt niets tekort. We eten in de serre, waar we uitkijken op de tuin, die prachtig in bloei staat. Hun huis is stylistisch ingericht, met een prachtige moderne keuken. De eerste keer dat ik ze bezocht, viel me op dat de sfeer in hun huis een zekere vrede uitstraalt.

Henriette en Peter zijn zwemmers, voor degenen die ze niet kennen.

Henriette is in Voerendaal geboren. Na haar middelbareschool, doet ze de opleiding tot verpleegkundige in Geleen en vervolgens de opleiding Maatschappelijke gezondheidszorg in Sittard. In haar studententijd, gaat ze een avondje naar de dancing en komt ze Peter tegen. Hij vond haar een mooie meisje met prachtig lang rood haar en de moeite waard om haar het hof te maken.

Peter werkte in die tijd al in Sittard. Daarvoor was hij vijf jaar (inclusief dienstplicht) militair geweest. In Sittard werkte hij in het computercentrum van V&D. Nadat Henriette en Peter verkering kregen, besloot Henriette naar Sittard te verhuizen en haar werk in de maatschappelijke gezondheidszorg daar voort te zetten. Ze kochten een huis in een wijk in ontwikkeling. Tja, toen hadden ze wel een huis, maar nog geen trouwboekje. Dus moest er getrouwd worden alvorens hun huis in te trekken. Henriette trouwde in een trouwjurk gemaakt door Peter’s moeder. Peter vond zijn bruid heel mooi. Henriette vond haar lief ook wel het bekijken waard. “Hij zag er ook niet slecht uit in zijn donkerblauw costuum. Met zijn donkere haren en slank postuur was hij zeker het bekijken waard”, zegt ze. Overigens, die donkere haren en baard zorgden ervoor dat hij bij de grensovergang vaak zijn identiteitspapieren moest laten zien, maar dit terzijde.

Na drie jaar krijgen ze hun eerste kindje, een dochter. Henriette stopt met werken en legt zich toe op het gezin en het huishouden. Als ze wordt gevraagd om les te geven in maatschappelijke gezondheidszorg in het ziekenhuis, gaat ze daar graag op in. Helaas valt het lesgeven tegen, omdat de motivatie van de leerlingen te wensen overlaat. Dit verpest haar enthousiasme en ze besluit ermee te stoppen. Naast het huishouden heeft ze genoeg andere activiteiten die haar bezighouden. Ze zit in het bestuur van het kinderdagverblijf van haar kinderen, daarna helpt ze mee op school en zit ze in de ouderenraad van de muziekschool. Verder volgt ze allerhande cursussen zoals automatiseren, fotoshoppen en pianoles. Een peesontsteking zorgt ervoor dat ze met dit laatste moet stoppen. Jammer vindt ze dat, maar het is zoals het is.

Sporten heeft ze altijd gedaan: zwemmen en aerobics. Dat zie je ook wel aan haar.

Na 13,5 jaar bij V&D wordt Peter ziek en komt thuis te zitten. Toen waren de Montforts huisman en huisvrouw, maar twee kapiteins op een schip, dat gaat niet. Henriette ging op zoek naar werk en kwam als verpleegkundige in de kraamzorg terecht. Daarnaast deed ze een opleiding Pedagogiek. Peter mocht het huishouden naar eigen inzicht runnen. Dat viel niet mee, want het huishouden en een gezin vragen om veel planning. Desondanks vond Peter dit een hele fijne periode, vooral door het nauwe contact met zijn kinderen. Hij geniet ook van de wandelingen met de hond. Een hele pientere hond, goed afgericht en een trouw beestje. Toen de hond ziek werd en ze hem moesten laten inslapen, was dat niet makkelijk voor het gezin. In deze periode is Peter al zweminstructeur. Als hij les moest geven, gingen zijn kinderen mee naar het zwembad. Hoe gaaf is dat als kind. Peter is gedurende 25 jaar met heel veel plezier zweminstructeur geweest.

Deze vriendelijke, zachtaardige heer heeft een guilty pleasure, beste leden. Hij verzamelt oldtimer brommers. Het op zoek gaan naar een nieuw exemplaar en het in de wacht slepen, doet het hart al sneller kloppen, maar wat echt een kick geeft is het opknappen en het berijden van de stalen ros. Wel twaalf heeft hij er gehad. Helaas heeft hij zijn collectie de laatste jaren van de hand moeten doen, nadat hij van de trap is gevallen en het nauwelijks heeft overleeft. Hij heeft vele operaties moeten ondergaan, waardoor zijn zelfstandigheid en mobiliteit redelijk zijn. Jammergenoeg is zijn zicht slecht en daardoor mag hij niet meer auto of brommer rijden. Eentje heeft hij bewaard: de Honda Scoopy. Ik heb de Scoopy opgezocht op internet en het is een plaatje. Ik ben vergeten te vragen welke kleur die van Peter is. Volgende keer dat ik hem zie, maar vragen.

Als na 13 jaar de bureaucratie zwaar op de werkzaamheden drukt, besluit Henriette te stoppen met haar werk in de kraamzorg. Huize Montfort zit weer met twee kapiteins aan het roer. Nu is Peter aan de beurt om buitenshuis werk te zoeken. Hij wordt medewerker interntransport bij Orbis. Hij vind dit prettig werk. Het contact met de bewoners is heel aangenaam.  Henriette verveelt zich thuis niet. Zij zit in het kerkbestuur, in de doopgroep en werkt in de wereldwinkel.

Na negen jaar bij Orbis, wordt Peter boventallig als gevolg van een reorganisatie. In deze periode is hun zoon hen komen te ontvallen. Peter is dan 64 jaar en besluit dat hij beter met vervroegd pensioen kan gaan. Het is een zware periode voor het gezin geweest, waarin ze de kracht moeten vinden om samen door te gaan met het leven. Inmiddels hebben ze twee kleindochters waar ze iedere week één dag oppassen. Ze praten met ingetogen liefde over hun dochter en haar gezin en laten vol trots videofilmpjes van de kleindochters zien. Aan de deuren hangen kindertekeningen en in de serre staat een groot poppenhuis. Deze heeft Peter gemaakt voor zijn kinderen. Zowel zijn zoon als dochter speelden ermee. Nu is het poppenhuis voor de kleinkinderen.

Ik heb altijd levendige gesprekken met de Montforts. Het zijn eerlijke gesprekken, soms geen makkelijke onderwerpen. We hebben het vaak over hoe moeilijk we het ons op deze wereld maken en hoe met een beetje gezond verstand en goede wil deze wereld er heel anders uit zou zien. Beste leden, gezond verstand en goede wil, daar kan onze vereniging wel wat mee, zou ik zeggen.

Maricarmen

*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&*&

Dit keer interview ik ons één na laatste nieuwste lid: Jan Maassen, 70 jaar (nog géén 71, corrigeert hij mij), geboren en getogen in Sittard, 49 jaar getrouwd, vader van twee zonen en opa van vier kleinkinderen.  In het water vallen de jaren van hem af en beweegt hij als een dolfijn en in de sportzaal blijkt duidelijk dat Jan een getrainde sporter is. Hij vertelt dat hij vele sporten heeft beoefend, waarvan sommige zeer intensief en op hoog niveau. Hij is ook tweemaal Limburgs kampioen turnen en Limburgs kampioen snel-schaken geweest. Met kogelstoten heeft hij het Nederlands record heeft verbroken. Ik hoor dit met chagrijn aan. Dit is natuurlijk niet zo netjes, zullen jullie denken, maar verplaatsen jullie nu eens in mijn situatie: het vrouwenteam staat er nu heel zwak voor, sinds de mannen weer een sterke asset erbij hebben. Sinds Jan bij ons sport, wint het vrouwenteam zelden.

Jan heeft na de Mulo kort op CIOS gezeten, maar in die periode had Jan nog teveel interesse voor de wereld om hem heen om de sobriëteit van het leven van een sporter te omarmen. Met het voorgaande wek ik wellicht een verkeerde indruk: Jan is nog steeds een zeer nieuwsgierig, onderzoekend mens. Het leergierige is er pas met de jaren gekomen. Eerst moesten de wilde haren eraf.

Na de Laboratorium school, moest Jan in dienst. In Ermelo werd hij opgeleid tot sergeant-instructeur. Dit leven beviel hem wel en Jan besloot in het leger te blijven. Het werd zijn taak om beroepsmilitairen te trainen.

In 1969 op carnavalszondag zat Jan met zijn band in het voorprogramma van Golden Earring die in Don Quichot optraden. Daar leerde hij een meisje kennen. Dat meisje en Jan werden een hit. Jan wilde dicht bij zijn lief blijven, maar als militair zat dat er niet in. Dus verruilde hij het militaire uniform voor een van de politie: Jan werd politieagent.

Inmiddels was hij met zijn lief getrouwd. “Zij kwam in een wit-met-roze jurk de kerk binnen”, vertelt hij met een glimlach. En was hun eerste zoon geboren. Zijn werk bij de politie had wat schaduwkanten, die steeds zwaarder op hem drukten. Hij had moeite met de uitvoer van het toenmalige beleid ten opzichte van arrestanten. Toen hij daar geestelijke schade van begon te ondervinden, wist hij dat hij op zoek moest naar ander werk.

De gemeente bood hem de functie van deurwaarder aan. Hiervoor moest hij een eenjarige opleiding volgen in Rotterdam, die bestond uit één dag theorie en vier dagen werkervaring. In dit werk kwam naast het onderscheidend vermogen van Jan ook zijn sociale bewogenheid en empathie goed van pas en hij heeft sommige gevallen kunnen helpen door goede en gerichte hulp te regelen. In deze functie kwamen de vechtsporten zoals judo, boksen, twaekwondo, waar Jan al als zestienjarige mee begonnen was, goed van pas. “Je kwam in bepaalde situaties terecht waar je met veel zelfvertrouwen moest staan en deze vechtsporten gaven mij die. Maar over het algemeen bereikte je het meeste met assertiviteit”, zegt Jan. Hij wilde meer over de menselijke geest en gedragspatronen te weten komen en volgde een vierjarige cursus psychologie aan de Open Universiteit. Toen het beleid vroeg om een meer repressieve aanpak wist Jan dat hij daar niet aan wilde meewerken. Hij stapte over naar Waterschap Roer en Overmaas, waar hij deurwaarder werd voor heel Limburg. Dit bracht hem in aanraking met veel nieuwe mensen, mensen van verschillende allooi en etnische achtergrond. Machtig interessant vond hij dat. Zijn sociale vaardigheden werden flink uitgedaagd.

Hij kreeg de kans om de HBO opleiding Invorderingsrecht te volgen. Best zwaar, niet vanwege het niveau, maar omdat hij dit met het werk en het gezin met twee kinderen moest combineren en de muziek en de sport en zijn tropiche aquariums, zijn activiteiten in de jeugdopleiding van Fortuna Sittard en die duizend en een andere interesses. Maar Jan kan een hele grote kar trekken. Na het voltooien van zijn studie, vroeg het waterschap hem het invorderingsbeleid te schrijven.

De tijd van de globalisatie en grootschaligheid was aangebroken. Gemeenten werden samengevoegd en bedrijven fuseerden. Zo onstond Waterschapsbedrijf Limburg. Binnen deze organisatie werd Jan coordinator van twaalf deurwaarders. Hij moest de straat verruilen voor de bureautafel. Wanneer hij naast de organisatorische en coordinerende taken nog wat buitenwerk had mogen uitvoeren, dan was er niets aan de hand geweest. Maar alleen binnenwerk, hoe mooi de baan ook, wilde Jan niet. Hij besloot iets anders te zoeken. Geen lichte beslissing na 25 jaar dienst.

In de periode dat hij op zoek was naar een nieuwe functie, is hij zes maanden interim gebiedscoordinator van Westelijke Mijnstreek en Heuvelland geweest. Ondertussen tastte hij de mogelijkheden af voor een eigen deurwaardersbedrijf, maar dit bleek niet een levensvatbaar plan te zijn.

Bij de gemeente Sittard-Geleen zochten ze een zeer ervaren deurwaarder. Zijn vele jaren ervaring waren een pre en Jan kon aan de slag: gewoon weer de straat op, bij de mensen aankloppen, dat is wat hij als coordinator had gemist. Helaas was de interne werksfeer niet goed. Daar kwam bij dat de werkprocessen verouderd waren en niet efficiënt. Er ontstonden onderlinge spanningen, die Jan op een gegeven ogenblik beu was. Dus na vier jaar ging Jan weer op zoek naar iets nieuws.

Hij is toen in dienst gekomen bij de Afdeling Burgerzaken om de gemeente opnieuw te categoriseren.

Op een gegeven moment is hij benaderd om te helpen bij het resocialiseren van ex-gedetineerden. Dit heeft Jan slechts een jaar gedaan, maar hij heeft er sappige verhalen aan overgehouden: “Op een dag had ik een kennismakingsgesprek met een ex-gedetineerde. Een boom van een vent, die de trui tot onder zijn kin optilde om me vol trots de negen messteken in zijn buik te laten zien.” Het zijn op het eerste gezicht vermakelijke verhalen. Jan heeft in die tijd geleerd dat deze mensen in de gevangenis niet tot inzicht komen van de consequenties van hun daden. Eerder het tegendeel; in de gevangennis leren ze alles behalve hoe een braaf en oppassend burger te worden. Hun daden ongestraft laten, kan natuurlijk niet, maar wat voor systeem betere resultaten zou geven dan de huidige weet hij ook niet.

Dan komt Jan zijn droombaan tegen: marktmeester. In deze functie is hij verantwoordelijk voor alle markten in de gemeente. Hij geeft vergunningen uit, kent standplaatsen toe en bepaalt op welke dagen er markt gehouden mag worden en op welke locaties. Hij heeft een paar jaar de Sint Joep markt georganiseerd en de Paasmarkt in Born. Hij geniet zeer van het contact met de marktlui. Jan lacht bij de herinnering hoe hij de marktlui af en toe flink voor de gek kon houden. Zo kon hij voor aardig wat tumult zorgen door bijvoorbeeld tegen een kraamhouder te zeggen dat hij vijf centimeter buiten zijn standplaats stond en dat dat niet kon. Ik zie het Jan doen, want het boefje dat hij als kind was, is niet helemaal verdwenen.

Na drie jaar in deze functie krijgt Jan ernstige hartproblemen. Had al eerder een hartinfarct gehad. Nu moest hij worden gedotterd. Tijdens de ingreep komen er nog meer mankementen aan het licht. Er volgt een open hart operatie, waarna er ernstige complicaties ontstaan, die Jan tot tweemaal toe tot het randje van de dood brengen. Jan worstelt en overwint, tot grote opluchting van zijn vrouw, die zeer beangstigende momenten heeft beleefd.

Helaas kan Jan niet meer terug naar de intensieve baan als marktmeester. Na een jaar revalidatie wordt hij aangesteld als projectmedewerker accomodatiebeleid. In deze hoedanigheid was hij verantwoordelijk om voor de gemeente te inventariseren of een accomodatie (verenigingsgebouwen, feestzaaltjes, zwembad, etc.) nog rendabel was door voldoende gebruik. Jan lijkt zijn leven weer op de rit te hebben, als hij van de trap valt en zijn arm zodanig breekt, dat er metalen pinnen of platen nodig zijn om de breuk bij elkaar te houden. Ik ben vergeten Jan te vragen hoe de val heeft kunnen gebeuren. Heeft hij de reling niet vastgehouden? Liep hij te snel de trap op of af? Had hij beide handen vol? Liep hij te telefoneren? Allemaal zaken waarvan we weten dat die vermeden moeten worden teneinde ongelukken te voorkomen.

In diezelfde periode krijgt hij pijn aan zijn linkerhand. De diagnose luidt zenuwdystrofie. Hij lijdt helse pijnen die pas na een half jaar afnemen.

Door de dystrofie heeft Jan een verminderde flexibiliteit aan zijn linkerhand. Daardoor kan hij geen gitaar meer spelen, waar hij wel tien van heeft: akoestische, electrische, Spaanse gitaar, etc. Jan wil muziek blijven maken. Als gitaar- en keyboardspelen niet meer kan, dan maar drummen. Hij schaft een electrisch drumstel aan om de buren te sparen. In zijn muziekkamer speelt hij graag R&B en metal. Naast sport en muziek heeft hij nog veel meer interesses. Als gepensioneerde beschikt hij over alle tijd van de wereld om zich over te geven aan zijn hobbies en interesses, maar toen hij nog werkte, waar haalde hij de tijd en energie vandaan voor al die taalcursussen die hij heeft gevolgd, de reikicursus (hij en zijn vrouw zijn reiki master), de ballroom danswedstrijden, de cursus natuurwetenschappen, etc? Het duizelt me. Perplex schenk ik Jan weer een slecht kopje koffie in. Jullie moeten weten dat ik iets verkeerd heb gedaan bij het koffie zetten, waardoor deze lauwig is. Ik heb een drukke dag en om geen tijd te verliezen door nieuwe koffie te zetten, maak ik me schuldig aan ongastvrij gedrag en bied ik Jan deze slechte koffie aan. Hij gedraagt zich als een heer en drinkt de koffie zonder commentaar. Daar komt bij dat mijn kopjes welliswaar van zeer goede kwaliteit zijn, maar al enkele generaties in gebruik zijn, waardoor ze barsten vertonen. Mij stoort dit niet, want de geschiedenis van deze kopjes is voor mij belangrijk en zolang ze bruikbaar zijn, zal ik ze behouden. Voor de gasten oogt zo’n kopje wellicht niet helemaal fris. Daarnaast hangt er in huis een zware, wat muffe geur, die wordt verspreid door de leliën die op tafel staan. Het verbaast me niet dat Jan een paar keer het interview onderbreekt en zich op de wc afzondert, op zoek naar wat frisse lucht, denk ik. Ik ben bang dat ik niet zo’n goede beurt maak.

Deze pauzes geven mij de tijd om het relaas van Jan te verwerken. Het is evident dat zijn talenten veelzijdig zijn, hetgeen getuigt van intelligentie en hoge creativiteit. Als vrijwillige ouderenadviseur bij de KBO en De Zonnebloem heeft hij veel ervaring met de problemen waar ouderen mee te maken hebben. Ik denk dat deze Spartaan met verlichte geest veel toegevoegde waarde kan hebben voor onze vereniging.

Maricarmen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Beste leden,

Dit keer interview ik een van onze bestuursleden, Gerda Denis. Gerda heeft in maart haar 90ste verjaardag gevierd. Met haar slanke postuur en casual sjieke kledingstijl is ze het toonbeeld van hoe je oud wilt worden. Natuurlijk heeft ze de nodige lichamelijke mankementen die de ouderdom met zich meebrengt, maar met haar verstand is niets mis. Ze appt, e-mailt en swipt op haar ipad als een twintigjarige. Gerda is geen klager en ook geen kniezer, maar een vrouw die weet wat ze kan en wat ze wil en daar ook naar handelt. Dat openbaarde zich al op jeugdige leeftijd, toen ze aangaf in de gezinszorg te willen werken.  Maar laat ik bij het begin beginnen.

Gerda is geboren in Nieuwstadt. Haar ouders hadden een kruidenierswinkel en ook nog acht kinderen waarvan Gerda het zesde kind is. Van de acht zijn alleen Gerda en haar jongste broer nog in leven. Gerda was dertien jaar toen de WOII afgelopen was. Met de bevrijding zijn het ouderlijk huis en de winkel afgebrand. Gelukkig kreeg het gezin het huis van een NSBer. De kruidenierswinkel werd heropend. Haar moeder en haar oudere broers en zussen stonden in de winkel. Haar vader bracht de bestellingen aan huis. De kleintjes moesten na school maar buiten spelen totdat het eten op tafel stond.

Op haar achtiende vertrok ze uit het ouderlijk huis omdat ze in Sittard de voorbereidende opleiding ging volgen om in de gezinszorg te gaan. Na zes maanden werden de jonge dames in het diepe gegooid en dan bleek uit welk hout je was gesneden. Gerda was goed hout, sterk, maar veerkrachtig genoeg om niet te breken bij de schrijnende gevallen die ze aantrof bij de gezinnen die onder haar verantwoordelijkheid vielen. Dit viel op bij haar leidinggevenden en al snel kreeg zij de zorg voor de meest uitdagende gezinssituaties. Gerda heeft dit werk met gedrevenheid gedaan gedurende acht jaar. Daarna heeft ze de overstap gemaakt naar het kindertehuis voor moeilijk opvoedbare jongens in Abshoven. Ook hier moest je stamina hebben om niet over je heen te laten lopen en het te kunnen volhouden. Maar Gerda was op haar plaats. Hier heeft ze haar ware roeping gevonden. De band die ze had met “haar” kinderen was zo goed, dat ze allemaal op haar bruiloft zijn geweest. En hiermee zijn we aanbeland bij de liefde, beste leden.

Gerda heeft haar man leren kennen tijdens carnaval. Hij vond Gerda wel de moeite waard en Gerda heeft hem ook wel die moeite laten nemen. Ik begrijp Gerda heel goed: je wilt je vergewissen van de goede intenties van de ander, niet waar? Het bleek een serieuze gegaagdigde te zijn, die met vasthoudendheid Gerda voor zich heeft weten te winnen. De jongelieden trouwden en gingen in Susteren wonen. Samen kregen ze twee dochters, waarvan ik een heb ontmoet. Zij en haar partner hebben uitdagende banen en zoeken ontspanning in het voorbereiden van gastronomische maaltijden. Met andere woorden, ze koken de sterren van de hemel. Ik kan dat betuigen. Maar ik dwaal af. Zo gauw Gerda in verwachting bleek, kon ze afscheid nemen van haar werk. Gerda heeft zich op haar gezin en het huishouden gericht, totdat haar jongste vijf jaar was en naar school ging. Inmiddels waren ze naar Sittard verhuisd, naar Vrangendael, waar een van haar zussen een winkel had. Deze zus kon wel hulp gebruiken en Gerda heeft tien jaar lang in de winkel gestaan. Daarna is ze bij een andere winkel gaan werken, waar ze tot haar pensioengerechtigde leeftijd is gebleven.

Naast het werk en de zorg voor de kinderen en het huishouden bleef er niet veel tijd over voor hobbies. Wel heeft Gerda altijd veel gewandeld en gefietst en heeft ze 45 jaar lang vrijwilligerswerk gedaan voor de kerk van Vrangendael.

Na haar pensionering heeft ze zich laten overhalen door de schoonmoeder van haar dochter om te gaan bridgen. Ze kreeg de smaak goed te pakken en werdt lid van de Soos. Op den duur ging ze ook vrijwilligerswerk doen voor de Soos. Inmiddels is ze daarmee opgehouden, omdat het te vermoeind werd.

Toen haar man zijn eerste hartinfarct kreeg, zijn ze lid geworden van de hartpatiënten sport. Ze zijn toen begonnen met zwemmen in Born. In 1994 kreeg Gerda nieuwe heupen en moest ze revalideren. De revalidatietherapie was op dezelfde dag als dat ze gingen zwemmen. Dus moesten ze uitkijken naar een oplossing. Als je lid was van de hartpatiënten sport kon je ook in Sittard zwemmen. Zo zijn ze bij onze vereniging terecht gekomen. “Het was gezellig vanaf de eerste dag”, zegt ze. Haar man is in 2007 overleden en een paar jaar daarna is ze bestuurslid geworden. Gerda is degene die op ziekenbezoek komt als jullie in de lappenmand zitten. Degene die haar respect en medeleven toont namens de vereniging bij het overlijden van onze leden of hun dierbaren. Zij zorgt er ook voor dat jullie bij gelegenheid een kaartje of een bloemetje ontvangen. Inmiddels is ze 29 jaar lid van de Hartpatiëntensport Sittard.

()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()

Beste leden,Dit keer interview ik Geraldine Guit (66). Geraldine sport sinds een paar jaar bij onze vereniging. Geraldine doet goed haar best en schoemelt niet tijdens de oefeningen, zoals velen van ons. Tijdens wedstrijden is zij eerlijk als goud en bekijkt met vermaak hoe de verliezers de winnaars beschuldigen van creatief puntentelling. Tegenwoordig  zijn het meestal de vrouwen die de beschuldigingen uiten. Ik weet er alles van want ik maak me er schuldig aan, al weet ik dat de mannen vaak met recht hebben gewonnen. Waar zijn de tijden gebleven dat de vrouwengroep de overhand had over de mannen?

Geraldine komt oorspronkelijk uit Groningen. Toen ze vijf jaar was, is het gezin naar Aalst verhuisd. Na de middelbare school heeft ze een opleiding tot verpleegkundige gedaan. Geraldines droom was “verpleegkundige zonder grenzen” te worden in navolging van Artsen zonder grenzen. Maar op de middelbare school was de liefde opgebloeid tussen haar en een leuke stoere jongen. Deze jongen was inmiddels afgestudeerd aan de Militaire Academie en was gestationeerd in Ermelo. Geraldine besloot voor de liefde te kiezen en al snel ging het stel samenwonen. Ze vonden kamers bij een zeer christelijk onderkomen dat niet geschikt bleek voor ongehuwde stellen. De liefde was sterk en de relatie vast, dus besloten ze te trouwen. Nadat haar man naar Harderwijk werd overgeplaats, verhuisden ze daar naar toe. Hier zijn haar zoon en dochter geboren. Haar man was veel op reis waardoor Geraldine haar werk als verpleegkundige op moest zeggen om voor de kinderen te zorgen. Gedreven door de behoefte zich in te zetten voor de medemens werd Geraldine vrijwilliger bij de Wellfare van het Rode Kruis. Zij bezocht oudere en eenzame mensen thuis. Dit vond ze een fijne taak en de kinderen konden mee, wat een mooie meevaller was.

In 1986 verhuisde het gezin naar Israel omdat haar man voor een jaar als VN waarnemer werd uitgezonden. Deze periode is zeer goed geweest voor de sociale ontwikkeling van de kinderen. En Geraldine die altijd ernaar had verlangd de wereld te verkennen, kreeg eindelijk de kans. Ze heeft samen met haar gezin door Israel en omringende landen gereisd. Ze herinnerd zich deze periode als een gouden tijd.

Eenmaal weer terug in Harderwijk besloot Geraldine de moeder HAVO te doen om haar kennis te verbreden en haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Begin jaren 90 werd haar man overgeplaatst naar Brunssum en dit is dan ook het begin van het Limburgs avontuur. Ze komen terecht in een wijk met veel jonge gezinnen waar de Guits heel goed tussen passen.

Als haar man wordt uitgezonen naar Bosnië als VN waarnemer kan Geraldine niet mee omdat de situatie in Bosnië dat niet toelaat, maar ook omdat de kinderen op de middelbare school zitten. Wel heeft ze haar man opgezocht en hebben ze een paar weken samen doorgebracht. Geraldine heeft toen gezien wat oorlog kan aanrichten in een land.

Bij zijn terugkomst in Nederland wordt haar man commandant van de Nederlandse Delegatie. Geraldine heeft inmiddels de opleiding Sport massage afgerond, hetgeen goed uitkomt want op het hoofkwartier zoekt het International Marching Team een sport masseur. Geraldine wordt aangenomen en gedurende vijf jaar reist ze niet alleen met het team mee, ze neemt zelf ook deel aan de trainingen. Als op een dag een van de marching teamleden uitvalt vlak voor een mars, vraagt het team Geraldine in te vallen. Ze laat zich overreden en het gaat haar goed af. Daarna loopt ze vele marsen met de militairen. Deze marsen vinden plaats overal in de wereld. Zo heeft Geraldine onder andere Australië, Nieuw Zeeland en Japan leren kennen. Naast de marsen met het team, heeft ze ook met andere lopers marsen gedaan. Dit heeft haar in contact gebracht met heel veel vriendelijke en behulpzame mensen. Uit sommige van deze contacten zijn mooie en duurzame vriendschappen ontstaan. Gedurende een mars van 50 dagen door Taiwan leert ze een Taiwanese jongeman en een jonge vrouw kennen waar ze mee bevriend raakt. Wanneer deze twee jonge mensen een relatie krijgen, worden Geraldine en haar man uitgenodigd hun huwelijk bij te wonen. Ook wanneer het eerste kindje wordt geboren, reizen Geraldine en haar man naar Taiwan om de trotse ouders te bezoeken. Inmiddels is een tweede kindje geboren, maar door de corona beperkingen is het dit keer niet mogelijk geweest om hun vrienden te bezoeken.

Naast haar werk als sportmasseur en haar wandeltochten is Geraldine ook surveillante op de Hoogeschool Zuyd en vrijwilliger tijdens de Zonnebloem vakantieweken. Zo heeft ze Toos leren kennen. Na haar pensionering zocht Geraldine een sportclub. Door de enthousiaste verhalen van Toos over onze vereniging besloot ze een proefles te komen doen. Tja, Geraldine kwam, zag en bleef!

#######################################

Beste leden,

Ik wil ons nieuwe activiteitencommissie aan jullie voorstellen.

Miriam Bartels (70) en Ria Keulen (67) hebben elkaar ongeveer dertig jaar geleden leren kennen. Ria ging voor haar werk als administratiemedewerker op computerles bij Miriam, die toen ook werkte bij de gemeente Schinnen als IT medewerker.  Zo kwamen de dames met elkaar in aanraking. Het klikte meteen tussen de twee. Ria en haar man waren destijds al betrokken bij de Zaate Harmonie  de Sjwaegele Bend. Ria wist Miriam en haar man over te halen zich aan te sluiten. De twee echtparen konden het zeer goed met elkaar vinden. Beiden bleken zeer creatief te zijn, hetgeen leidde tot de oprichting van de Koepmarie. Hun vaak zelfgeschreven liedjes liggen goed in het gehoor en hun acts zitten zeer goed in elkaar. Met Koepmarie treden ze vaak op tijdens carnaval en andere evenementen zoals tijdens Rimpelpop. Met de Sjwaegele Bend speelden ze in 2010 in het voorprogramma van Rowwen Hèze  Miriam vertelt vol trots dat ze twee jaar geleden als eerste vrouw  het Vastelaoves Hart van de gemeente Sittard heeft ontvangen.

Miriam en Ria zijn ook erg sociaal betrokken. Voor de stichting Pergamijn begeleiden zij de raad van Elf van mensen met een beperking. Daarnaast zet Miriam zich ook nog in voor een weeshuis in India . Ria is penningmeester voor de Zaate Harmonie Sjwaegele Bend en Miriam voorzitter. Toen Ria mij dit vertelde, heb ik haar proberen over te halen penningmeester te worden van onze organisatie, maar de activiteitencommissie trok haar meer.

Tussen al deze bezigheden door vinden ze nog tijd om op donderdagavond met ons te zwemmen. Ze vinden de zwemles heel goed aangepast aan de doelgroep. Wat onze groep onderscheidt van anderen is de gezelligheid.

Yvonne Kleyn (60) kennen jullie nog van de vorige activiteitencommissie. Ze is sinds kort ook bestuurslid van onze vereniging. Yvonne is hard getroffen door ziekte. In 2008 werd ze afgekeurd. Dat vond ze heel zwaar om te verwerken, want haar werk als peuterleidster was haar lust en haar leven. De spontaniteit en verrassende uitlatingen van de kinderen vond ze zeer verfrissend. De kleintjes zien opgroeien gaf haar veel voldoening. Ze stak veel van haar vrije tijd met liefde en overgave in haar werk. “Dan  word je zo ziek dat je afscheid moet nemen van dat wat je graag doet. Je raakt heel erg beperkt in wat je kan in je leven.” zegt ze. Yvonne besluit dat ze zich niet laat kisten door de ziekte en zoekt naar bezigheden binnen haar mogelijkheden. Ze leest veel en maakt kunstzinnige borduurwerkjes en objecten. Haar karakteristieke smaak is terug te vinden in de inrichting van haar huis, die haar identiteit goed weergeeft: een mengeling van nostalgie en eigentijdse strakke vormen. Yvonne is niet iemand die de aandacht zoekt, maar er huist een scherpe geest in haar. Ze bijt zich vast in dat wat haar  interesseert en als bestuurslid heeft ze zich al bewezen door proactief allerlei zaken uit te zoeken voor onze verening. Ze kijkt eerst de kat uit de boom, voordat ze zich laat kennen, maar als ze zich eenmaal thuis voelt, laat ze haar twinkelende lach vaak horen. Naarmate haar gezondheid beter werd,  is ze haar activiteiten gaan uitbreiden. Zo is ze vier jaar geleden lid geworden van onze vereniging. Ze vindt de sfeer onder de zwemmers erg prettig. Toen onze voorzitster haar vroeg de voormalige activiteitencommissie te versterken, heeft ze haar organisatorische vaardigheden goed kunnen gebruiken. Ons laatste etentje in het Gulikshuis was prima verzorgd. Ook ik heb haar benaderd om de functie van penningmeester aan te bieden, maar Yvonne heeft deze functie al bekleed bij een andere vereniging en het organiseren van leuke evenementen voor ons vindt ze leuker. Dus beste leden, de vacature penningmeester staat nog open.

 Als single ben ik altijd nieuwsgierig hoe mensen hun lief hebben leren kennen. Miriam vertelt dat ze haar man 43 jaar geleden bij de harmonie heeft leren kennen. Hij was dirigent en zij speelde trompet. Het was liefde op het eerste, tweede en derde gezicht. Binnen zes maanden had ze een verlovingsring aan haar vinger waar al snel een trouwring bij kwam. Miriam en haar man hebben een zoon, een dochter en twee  kleindochters.

Ria heeft haar man leren kennen via de jongeren disco. Zij wilde heel graag dansen, maar de jongen, verantwoordelijk voor de entrée, was nogal streng en liet alleen leden binnen. Er zat voor Ria niets anders op dan lid te worden als ze toegelaten wilde worden. Het is de moeite waard gebleken, want het heeft geresulteerd in een huwelijk en twee kinderen. Ria en haar man hebben drie kleinkinderen.

Yvonne heeft de liefde via de recreatieve sport gevonden. Zij en haar man hebben elkaar ontmoet in het zwembad. Zij was vijftien en hij achttien, echte zoete tienerliefde. Yvonne en haar man hebben twee kinderen.

Miriam, Ria en Yvonne bruisen van de ideeën om ons te entertainen. Wij hopen veel plezier te beleven aan de activiteiten die deze dames voor ons in petto hebben.

Beste leden,

Deze column is gewijd aan die mensen die al jaar en dag ons hetzij wandelend, hetzij fietsend door het Limburgs landschap gidsen. Ik heb het natuurlijk over Toos van der Vring (70) en Jan Herveille (75).

Toos valt meteen op door haar niet Limburgs accent. Oorspronkelijk komt ze uit Utrecht. Tijdens haar studie is ze afgezakt naar Limburg om carnaval te vieren zoals het hoort en heeft toen Miel leren kennen. Deze was zo gecharmeerd van haar, dat hij vond dat die Hollandse maar in Limburg moest blijven. Inmiddels zijn Toos en Miel 49 jaar getrouwd. Ze hebben drie kinderen en twee prachtige kleinkinderen.

Toos straalt energie uit en is een bezige bij.  Aan haar no-nonsense houding is duidelijk te merken dat ze een lange carriere in de verpleging en de thuiszorg heeft. Na haar pensionering, kreeg ze de kans om nog meer aan haar conditie te werken. Zodoende is ze in 2017 bij de Hartpatientensport-Sittard gekomen. Ze sport en heeft ook gezwommen en vindt de oefeningen goed bij haar passen. Ook vindt Toos het enthousiasme die onze sporters en zwemmers iedere week tonen, alsook de quasi competitieve geest die er heerst erg aantrekkelijk. “De sfeer is gewoon erg leuk”, zegt ze. Toos past goed bij ons. In de sportzaal doet ze hard haar best voor haar ploeg, soms door de regels ietsjes te rekken. Zoals gezegd, ze past goed bij ons.

Toen Toos bij de Hartpatientensport-Sittard kwam, organiseerde ze al wandeltochten voor het Toon Hermanshuis. Op een gegeven ogenblik heeft ze aan onze leden gevraagd of ze interesse hadden in wandel- en fietstochten. Die bleek er te zijn. In het begin organiseerde ze de tochten samen met Hans Smolenaars, totdat Jan Herveille het van Hans overman.

Jan Herveille is getrouwd met Basja. Nu wil het toeval dat Jan Basja heeft leren kennen in Café Driessen in Nuth, hetzelfde café waar Toos haar Miel heeft ontmoet en ook tijdens carnaval. Hoopvol gestemd, want ik ben single en zo te zien is dit café een goede kweekvijver voor solide relaties, ben ik op zoek gegaan naar Café Driessen, maar die bestaat niet meer, helaas. Jan en Basja zijn 56 jaar samen. Ze hebben twee kinderen waar ze erg trots op zijn en drie kleinkinderen waar ze veel van houden.

Jan is in de mijnen begonnen. Toen die sloten, heeft hij zich laten omscholen tot machinebankwerker. Maar al snel kwam hij bij wat nu Nedcar heet, waar hij tot aan zijn pensionering werkzaam is geweest.

In 2004, kreeg Jan hartproblemen en ook COPD. Hij kreeg het advies te gaan sporten om zijn conditie op peil te houden. Toen Toos jaren later met het wandel- en fietsplan kwam, was Jan meteen enthousiast. Dit initiatief trok Jan wel omdat wandelen een hobby is van hem en Basja. Het zijn doorgewinterde wandelaars die ongeacht of het pijpenstelen regent of zonnestralen de natuur intrekken.

Toos en Jan proberen routes uit te zetten die geschikt zijn voor onze leden. Ze zorgen ervoor dat halverwege de tocht er een stop is om uit te rusten. Zowel Toos als Jan zitten vol verhalen over wat ze meegemaakt hebben tijdens de tochten. Sommige zijn hilarisch, zoals de dame die op naaldhakken de wandeling dacht te kunnen doen. Bij de herinnering moet Toos glimlachen. Als Toos lacht, krijgt haar gezicht een guitige uitstraling.

Ook Jan moet smakelijk lachen bij de herinnering aan een wandeling op een zeer regenachtige dag. Hij had niet in de gaten dat zijn capuchon vol water was gelopen, totdat hij deze over zijn hoofd trok en een koude plens over zich heen kreeg. Ik krijg goede zin van Jan. Als hij ergens van overtuigd is, zal hij zich moeilijk laten ompraten. Basja weet er alles van. Maar hij helpt graag daar waar nodig en denkt in oplossingen. Bij het sporten is Jan een geduchte tegenspeler, die geraffineerd de bal speelt, tot chagrijn van deze schrijfster die vaak bij de verliezende tegenpartij zit. Er wordt fanatiek gespeeld, maar er wordt ook veel gelachen. “De combinatie van sport en plezier werkt levenverlengend”, merkt Jan op.

Toos en Jan, fijne mensen.

***********